Geen plek, geen rust: mensen staan buiten in Ter Apel
20 mei 2026
Op het heetst van de dag, rond 13.00 uur, lopen mensen naar vrijwilligers van het Rode Kruis. Ze komen water halen en een ijsje. Het zijn mensen die soms al dagen wachten voor het aanmeldcentrum in Ter Apel. De vrijwilligers komen overal vandaan. Uit Woerden, Wijchen, Gouda. Juist om mensen te laten zien: jullie staan er niet alleen voor.
Op 20 mei 2026 zat het aanmeldcentrum in Ter Apel zo vol dat de deuren tijdelijk sluiten voor nieuwe aanmeldingen. Er verbleven op dat moment meer dan 2.300 mensen. Door trage asielprocedures kunnen mensen niet snel genoeg door, waardoor de druk alleen maar oploopt.
Voor sommige mensen is het de middag van dag zeven. Twee medewerkers van het aanmeldcentrum komen naar buiten met een stapel papieren. In één beweging worden alle ogen groot en komen mensen in een cirkel om hen heen staan. Op die papieren staan de namen van wie die dag een intakegesprek krijgt. Maar het gaat om slechts een handjevol mensen.
Tegelijkertijd komen er dagelijks nieuwe mensen aan, die ook op zoek zijn naar veiligheid. Wie niet wordt genoemd, loopt teleurgesteld weer terug naar zijn kleedje op het gras.
Ze stellen zich inmiddels niet meer voor met hun naam, maar met het aantal dagen dat ze daar op het gras liggen wachten: Dag 5. Dag 6. Dag 7.
Dagenlang in de hitte van zo’n 30°C’, wachtend op nieuws over een bed, dat breekt ieder mens. Waar anderen op zo’n dag verkoeling zoeken in de airco of mopperen over het volle strand, moeten de mensen in Ter Apel het doen met een flesje water en een stuk stof tegen de zon. Met een kleedje proberen ze schaduw te maken langs het hek.
Een man uit het dorp komt langs. In zijn handen dozen met ijsjes. “Elke dag rijd ik hierlangs naar m’n werk, en zie ik de mensen zitten. Nu dacht ik: ik ga ijsjes halen om uit te delen. We moeten mensen laten zien dat we ze niet vergeten.” De dozen zijn snel leeg. Even is er een lach te zien op de vermoeide gezichten.
Inmiddels staan er extra tenten van het Rode Kruis, zodat niemand urenlang in de brandende zon hoeft te zitten.

Fotografen en journalisten komen dagelijks langs om verslag te doen. In het begin vertelden mensen graag hun verhaal. Maar naarmate de dagen verstrijken zonder enige verandering, groeit de stress en daarmee het wantrouwen. Daarbij zijn veel mensen gevlucht voor vervolging. Ze zijn bang herkend te worden in de media door degenen voor wie ze zijn gevlucht.
Een man uit Gaza stapt met vermoeide ogen op een fotograaf af. Hij wijst naar de camera en zegt rustig maar indringend: “Je maakte net foto’s van me toen ik mezelf afkoelde met een flesje water. Zou je die foto’s kunnen verwijderen? Ik wil niet op de foto. Thuis worden mensen zoals ik vervolgd. Als zij zien waar ik ben, ben ik niet veilig.” Hij trekt zijn petje verder over zijn hoofd, geeft de fotograaf een hand en loopt terug naar zijn plek op het gras.
Het is een klein maar raak moment. Aandacht alleen is niet genoeg. Wat deze mensen nodig hebben, is bescherming en perspectief.
Wat nodig is, gaat verder dan tijdelijke opvang. Zelfs wanneer gemeenten bijspringen, zoals Stadskanaal en Groningen de afgelopen dagen deden, blijft dat telkens een oplossing voor één of enkele nachten. Intussen neemt de druk in Ter Apel niet af en groeit de groep mensen die moet wachten.
Zonder ingrijpen en structurele keuzes staan ook vrouwen en kinderen in Ter Apel straks zonder slaapplek. Het vraagt om gemeenten die durven vooruit te stappen, om politieke daadkracht en om gedeelde verantwoordelijkheid. Want de mensen op het gras kunnen niet nog een week wachten.