Update conflict Midden-Oosten: “Achter elke krantenkop schuilt een gezin”
09 juni 2026
Hulpverlener Johanneke deinst nergens voor terug. Van Koeweit tot Irak: voor het Internationale Rode Kruis werkte ze al in veel conflictgebieden. Maar toen ze de vraag kreeg of ze naar Gaza wilde, twijfelde ze. “Ik ben naast hulpverlener bovenal moeder. Maar ik wil dat mijn dochter opgroeit in een wereld waar dit niet acceptabel is. Dus toen ik langer nadacht, ging mijn humanitaire hart toch harder kloppen. Ik dacht: ik moet iets doen.”
Als we Johanneke spreken, staat ze op het punt om weer naar Gaza af te reizen. Via Amman wacht haar een reis van zo’n twaalf uur, hoewel de afstand hemelsbreed een kleine tweehonderd kilometer is. Checkpoints en strenge controles zorgen voor flinke vertraging. Na vijf keer deze reis gemaakt te hebben, schrikt dat Johanneke niet meer af. “Ik weet wat me te wachten staat. Collega’s die voor het eerst gaan stel ik gerust. Tijdens een uitzending naar conflictgebied moet je er voor elkaar zijn.”
Eenmaal in Gaza staat Johanneke een moeilijke taak te wachten. Als protectie-vertegenwoordiger ondersteunt ze op drie fronten: bescherming van burgers, ontmoeten van vrijgelaten gevangenen en hulp bij herenigingen van familieleden. Over deze activiteiten rapporteert ze vervolgens of alles volgens de regels van het humanitair oorlogsrecht is gegaan.
Johanneke: “Ik ben voortdurend onderweg en ga altijd naar plekken waar zich mogelijk schendingen van het humanitair oorlogsrecht voordoen. Op mijn eerste dag in Gaza ging ik naar één van de grootste ziekenhuizen, dat zwaar beschadigd was. Ik zie met eigen ogen wat er gebeurt, hou de media in de gaten en spreek met mensen. Daarom is het erg belangrijk dat ik Arabisch spreek. Die bevindingen gebruiken we in de vertrouwelijke gesprekken die we hebben met de betrokken partijen in het conflict.”
In Gaza heeft Johanneke ook een taak op zich genomen die ze tijdens geen van haar eerdere uitzendingen was tegengekomen. Samen met haar collega’s helpt ze mensen die vastzitten in bepaalde gebieden of dringend medische zorg nodig hebben, te evacueren naar veiligere locaties in de Gazastrook.
“Mijn collega’s in Tel Aviv hebben contact met autoriteiten, terwijl mijn team in Gaza het contact met de familie coördineert om een veilige route uit het gebied mogelijk te maken. Uiteraard doen we dat alleen als de mensen dat zelf willen.”
In negen maanden tijd zag Johanneke veel leed in Gaza, maar ook mooie momenten. “Voor het staakt-het-vuren haalden we een familie op die lang vastzat in een gevaarlijk gebied. We kregen van alle partijen groen licht om hen met een ambulance op te halen. Je gaat een gebied binnen waar nog steeds actief wordt gevochten en haalt een gezin daar weg. Daar zag ik een jongetje met een katje, dat hij had vernoemd naar zijn onlangs overleden vader. We brachten hen naar een veiliger gebied en verleenden medische zorg. Dat was een heel emotioneel moment. Het eerste wat je dan zegt is: je bent met het Rode Kruis, we brengen je naar je familie.”
Ook bezoekt ze vrijgelaten gevangenen in Gaza. “Sinds het uitbreken van het conflict hebben we helaas geen toegang tot plekken in Israël waar mensen gevangen worden gehouden, ook al worden daar veel mensen uit Gaza vastgehouden. Maar sinds oktober 2023 hebben we wel meer dan 2.500 gedetineerden kunnen bijstaan die vanuit Israël zijn vrijgelaten en naar de grens met Gaza werden gebracht. Vervolgens hebben we geholpen hen terug te brengen naar hun familie in Gaza.”
De families van de mensen die gevangen zaten, maken zich heel veel zorgen om hun geliefden. In de bus krijgen mensen een telefoon om hun familie te bellen dat ze in Gaza aangekomen zijn. “Dat zijn intense momenten, je ziet dan meteen de impact. Een jongen belde meteen zijn moeder: ‘mama, ik leef nog’. Als je vervolgens aankomt bij het ziekenhuis – waar we de mensen uit detentie naartoe brengen voor een medische check – en moeder en zoon elkaar ziet omhelzen, dan weet je: hier doe ik het voor.”
De situatie in Gaza is nog altijd verschrikkelijk. De meeste mensen hebben geen huis meer, gezondheidszorg is schaars en hulp is beperkt toegankelijk. “We mogen onze standaarden niet aanpassen van wat normaal is. We mogen niet door die humanitaire ondergrens zakken.”
Ook hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan en Palestijnse collega’s van het Internationale Rode Kruis in Gaza hebben geen huis meer en wonen in tenten. “Voor hen is het het moeilijkst”, vertelt Johanneke. “Ik slaap met collega’s op een kamer achter zandzakken, maar een tentdoek biedt nauwelijks bescherming tegen geweld.”
De onderlinge band is daarom heel belangrijk. “Je collega’s zijn echt je familie hier. Als je een zware dag hebt gehad en je ‘s ochtends wakker wordt en in huilen uitbarst, dan pakken we elkaar stevig vast.”