Trauma in Oekraïne: de wonden die je niet ziet
01 juni 2026
Terwijl aanvallen aanhouden en politieke onderhandelingen vastlopen, blijven gewone burgers de hoogste prijs betalen voor het conflict in het Midden-Oosten. Onze hulpverleners in Iran, Israël, Libanon en Gaza werken dag en nacht om mensen te helpen die alles kwijt zijn, vaak met gevaar voor eigen leven. Deze week nog raakten vier Rode Kruis-collega’s in Libanon gewond terwijl ze hulpverleenden.
“Of het nu gaat om mensen in Iran, Israël, Libanon of Gaza, zij betalen wéér de hoogste prijs”, zegt Harm Goossens, directeur van het Nederlandse Rode Kruis. “Opnieuw staan de krantenkoppen bol van een conflict dat de wereld in zijn greep houdt. Maar laten we de vele mensen die hieronder lijden niet vergeten. Er gaan vaders, moeders, ouderen en kinderen schuil achter alle snelle nieuwskoppen over de politiek en aanvallen. Zij hebben hulp nodig.”
Het geweld in Libanon houdt aan. In het zuiden en in hoofdstad Beiroet worden continu evacuatiebevelen afgegeven, waardoor mensen keer op keer moeten vluchten. Dat is mentaal en fysiek een ondraaglijke situatie. Veel wegen en bruggen zijn verwoest door de aanvallen, waardoor het moeilijker is om hulp te verlenen. Veel families slapen en wonen in hun auto, omdat ze geen vaste woonplek hebben en telkens opnieuw moet verplaatsen.
Daarnaast duurt het gemiddeld 48 uur voordat mensen de zorg krijgen die ze nodig hebben. En door recente aanvallen op drie ziekenhuizen in het zuiden van het land zal deze wachttijd nog verder oplopen.
Het Libanese Rode Kruis blijft zich inzetten met 12.000 vrijwilligers, 400 medewerkers en 32 afdelingen. Zij voorzien het grootste deel van de ambulancezorg in het land. Sinds het begin van het conflict hebben zij onder meer:

De Iraanse Rode Halve Maan, zoals het Rode Kruis in Iran heet, is actief in alle 31 provincies en heeft 650 vestigingen. Hulpverleners staan daar op grote schaal klaar voor mensen in nood. Ze doen dat onder andere met:

Hoewel de aandacht vaak verschuift, mogen we de mensen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever niet vergeten. Ook daar is het geweld niet voorbij en blijft de situatie zorgwekkend.
“Alle hulp die mondjesmaat binnenkomt, wordt direct uitgedeeld aan mensen in nood. Maar het is veel te weinig”, vertelt Carla Jonkers, hoofd Internationale Noodhulp bij het Rode Kruis. Gaza krijgt minder aandacht, terwijl de humanitaire situatie nog met de dag verslechtert. Om mensen goed te kunnen helpen, is onmiddellijke actie nodig. Hulpgoederen moeten onbelemmerd en structureel naar binnen.”
In Israël leven veel mensen in voortdurende angst. Er staan 2.000 ambulances van het Rode Kruis klaar om direct levensreddende medische zorg te bieden wanneer dat nodig is.

De pijnlijke werkelijkheid is dat berichten over gedode of gewonde hulpverleners geen uitzondering meer zijn. Ze bereiken ons inmiddels bijna wekelijks. Alleen al dit jaar zijn door het conflict vijf hulpverleners van de Iraanse Rode Halve Maan, één van de Palestijnse Rode Halve Maan en twee van het Libanese Rode Kruis gedood.
Ook raakten meerdere collega’s gewond en werden tientallen hulpcentra en voertuigen aangevallen en beschadigd. Een harde herinnering aan het feit dat hulpverlenen niet zonder risico is. Maar laten we duidelijk zijn: hulpverleners zijn geen doelwit. Net zomin als burgers en journalisten. Hun bescherming is geen gunst, maar een wettelijke én morele plicht. Hier blijven we ons over uitspreken.
Iedereen die in nood is, moet op ons kunnen rekenen. Of dat nu in het Midden-Oosten is, of in Oekraïne of Soedan. Juist dáár zijn wij. Om mensen te helpen waar dat voor anderen onmogelijk is. Mensen die leven te midden van geweld, op de vlucht zijn of die proberen hun leven weer op te bouwen. Voor hen zorgen we voor schoon drinkwater, voedsel, onderdak en medische zorg. De basis die mensen nodig hebben om te overleven en om weer vooruit te kunnen kijken. Help je mee?