Een inktzwarte bladzijde: precies een jaar geleden werden 15 hulpverleners gedood
hulpverleners gedood
Conflict

Een inktzwarte bladzijde: precies een jaar geleden werden 15 hulpverleners gedood

Een jaar geleden, op 23 maart 2024, gingen Mustafa, Ezz, Saleh, Refaat, Muhammad, Ashraf, Muhammad en Raed op een noodmelding af in Gaza. De zwaailichten van de ambulance schenen in het donker en het embleem was goed zichtbaar. Maar in plaats van levens te kunnen redden, werden hun levens genomen. Nu, een jaar later, blijft het onduidelijk hoe het kan dat de hulpverleners in Gaza vorig jaar zijn gedood.

“Het is een inktzwarte bladzijde in de historie van de hulpverlening”, zegt Harm Goossens, algemeen directeur van het Rode Kruis over de betreffende dag een jaar geleden. Vijftien hulpverleners werden beschoten en gedood, waarvan acht hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan.

Stille diplomatiek niet genoeg

“Waar normen worden overschreden en hulpverleners om het leven komen, moet de internationale gemeenschap zich uitspreken en zich inzetten voor gerechtigheid, zodat alle feiten boven tafel komen. Het is heel belangrijk dat er meer onderzoek komt naar de toedracht van dit verschrikkelijke incident. Stille diplomatie alleen is niet genoeg, men moet zich uitspreken”, gaat Harm verder.

Het incident van 23 maart staat niet op zichzelf. In de afgelopen tien jaar werd het aantal slachtoffers onder hulpverleners bijna verdrievoudigd, en werden hulpverleners wereldwijd steeds vaker doelwit van geweld. Dat staat in het rapport Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties dat onlangs is gepubliceerd. 

Keer op keer raak

Ook dit jaar begint zorgwekkend. In de eerste drie maanden verloor het Rode Kruis vijf hulpverleners door geweld: twee collega’s van de Iraanse Rode Halve Maan, twee ambulanceverpleegkundigen in Libanon en Gaza en een kraamverzorgster in Soedan. 

“Een collega in Beiroet vertelde me dat zij in de gevaarlijkste gebieden nu standaard twee ambulances sturen naar een incident, voor het geval er één geraakt wordt. Dat is toch absurd? Deze tragedies verbazen helaas niemand meer, het is keer op keer raak. Hulpverleners kunnen en mogen nooit een doelwit worden van aanvallen, hoe vaak moeten we dat nog herhalen?”, besluit Harm.  

Feiten boven tafel krijgen

De levens van de hulpverleners die door geweld zijn gedood, kunnen we niet redden. De pijn en het verdriet van het gemis kunnen we niet verzachten. Maar wat we wel kunnen en moeten doen is de feiten boven tafel krijgen, én blijven oproepen om het humanitair oorlogsrecht te respecteren. Want alleen dan kunnen we ons werk doen. Het probleem is niet dat er te weinig regels zijn. Het humanitair oorlogsrecht is duidelijk: hulpverleners mogen geen doelwit zijn en moeten ongehinderd hun werk kunnen doen. Het probleem is de naleving ervan, en die begint met politieke wil.