Het jubileum dat je niet wil vieren: 3 jaar conflict in Soedan
14 april 2026
Hassan Badawi heette hij. Een toegewijde ambulancemedewerker bij het Libanese Rode Kruis. Gister, tijdens een humanitaire missie op een weg richting de stad Beit Yahoun, werd zijn team direct aangevallen door een drone. Hassan (31) overleed aan zijn verwondingen. En dat terwijl er voorafgaand een overleg met de Verenigde Naties was geweest om bescherming en een veilige doorgang te voorzien.
De pijnlijke werkelijkheid is dat berichten over gedode collega’s geen uitzondering meer zijn. Ze bereiken ons inmiddels bijna wekelijks. Het is onacceptabel dat mensen die onmisbare, levensreddende hulp verlenen, worden gedood. Een aanval op een hulpverlener is een aanval op het recht op medische zorg en bescherming.
Bijna al onze hulpverleners zijn lokale mensen die zich inzetten voor hun eigen gemeenschap en zelf in de getroffen gebieden wonen. Zij zijn de ruggengraat van onze hulpverlening. Wanneer zij worden gedood, verliest een hele gemeenschap een levenslijn: ambulances rijden minder uit, klinieken sluiten en voedselhulp stokt.
Maar onze collega’s zijn meer dan hulpverleners. Het zijn vaders, moeders, zonen en dochters. Zoals dr. Somayeh. Zij werd dit jaar gedood tijdens een missie van de Iraanse Rode Halve Maan. Zij bood psychosociale hulp aan mensen in nood en was al 22 jaar vrijwilliger. Of Youssef Assaf, ambulancemedewerker bij het Libanese Rode Kruis. Tijdens het evacueren van slachtoffers na luchtaanvallen raakte hij ernstig gewond. Hij overleed later aan zijn verwondingen. Laten we Hassan, dr Somayeh, Youssef, en alle andere gedode hulpverleners herinneren om hun moed en toewijding. Dat verdienen ze.
We zien een wereldwijd patroon: regels die burgers en hulpverleners in een conflict moeten beschermen, worden steeds minder nageleefd. Uit recente onderzoek van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) blijkt dat hulpverleners wereldwijd steeds vaker doelbewust worden aangevallen, ontvoerd of gedood. Het rapport laat zien dat geweld tegen hulpverleners niet alleen toeneemt, maar dat daders daar ook steeds vaker mee wegkomen.
Het probleem is niet dat er te weinig regels zijn, want het humanitair oorlogsrecht is duidelijk. Het probleem is de naleving, en die begint allereerst met politieke wil.

Het geweld kan worden gestopt. Overheden hebben de macht om luchtaanvallen te voorkomen, veilige toegang te garanderen en strijdende partijen te wijzen op hun verplichtingen onder het humanitair oorlogsrecht. Ze moeten zorgen dat daders niet ongestraft blijven en dat de bescherming van hulpverleners prioriteit krijgt in diplomatie en beleid.
Nederland kan hierin een leidende rol spelen. Vanuit Den Haag – de stad van vrede en recht – kan onze regering internationaal druk zetten, zodat de bescherming van hulpverleners overal hoger op de agenda komt. Wij verwachten dat Nederland zich hier krachtig voor inzet. Ook landen die humanitaire hulp financieren, én hulporganisaties zelf, dragen verantwoordelijkheid. Bescherming van hulpverleners moet altijd onderdeel zijn van steun. Denk aan: toegang tot verzekeringen, beschermende uitrusting en goede trainingen – vooral voor lokale hulpverleners die de grootste risico’s dragen.
Het Rode Kruis is neutraal en onpartijdig. Juist daardoor houden we toegang tot de plekken waar hulp het hardst nodig is. Maar neutraliteit betekent niet dat we stil blijven. Wanneer hulpverleners gedood worden, laten we áltijd onze stem horen, zowel voor als achter de schermen.
Hulpverleners zijn geen doelwit. Net zomin als burgers en journalisten. Hun bescherming is geen gunst, maar een wettelijke én morele plicht. Straffeloosheid mag nooit het nieuwe normaal zijn. Als daders niet ter verantwoording worden geroepen, volgen onvermijdelijk nieuwe aanvallen.