Buurtheld Karim zet zich in voor voedselnood: “Dankzij onze hulp zie je mensen weer glunderen”
20 januari 2026
De gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten zijn ook in Nederland voelbaar. Benzineprijzen blijven stijgen, wat alsmaar meer gezinnen in financiële moeilijkheden brengt. Dat geldt ook voor de 61-jarige Wilhelmina uit Oosterhout, die steeds meer moeite heeft om rond te komen: “Ik houd onderaan de streep niks meer over. Geen cent.”
Wilhelmina werkt voor een postbedrijf en reist iedere dag met de auto naar haar werk. “Doordat de brandstofprijzen zo hoog zijn, gaat al mijn geld op aan benzine. Ik kan ook niet op een andere manier naar mijn werk. De bus rijdt niet zo vroeg in de ochtend en zo ver fietsen lukt me niet meer.”
Waar dat vroeger nog vanzelfsprekend was, is dat nu fysiek te zwaar. “Een uur heen, een uur terug en dan ook nog zwaar werk doen. Dat houdt mijn lichaam niet meer vol.”
Door de stijgende brandstofprijzen houdt Wilhelmina steeds minder over om haar boodschappen van te betalen. Toch verdient ze net te veel om in aanmerking te komen voor reguliere hulp, zoals de voedselbank. “Ik houd nog geen 500 euro over. Maar daarvan moet ik alles betalen: boodschappen, medicaties, huisdieren, gemeentelijke belastingen. Uiteindelijk is de pot gewoon leeg.”
Hierdoor wordt ze gedwongen om overal op te letten. “’s Winters zit je in een koud huis om geen stookkosten te maken. ‘s Zomers is het bloedheet, maar zet je de ventilator niet aan. Wasjes draaien doe ik zo min mogelijk. Je verbruikt uiteindelijk bijna niks meer, en toch worden veel dingen duurder.”
Wilhelmina heeft niet altijd deze financiële moeilijkheden gekend. “Ik heb altijd hard gewerkt om mijn kinderen een mooie jeugd te geven. Als zij het huis uit gaan, wil je genieten en je geen zorgen meer maken. Dat kan ik nu niet, en dat is heel pijnlijk.”
Sinds kort ontvangt ze de boodschappenkaart. Daarmee kan ze een extraatje kopen in de supermarkt. “Ik leef zo zuinig mogelijk en wil niet aankloppen bij mijn buren of kinderen. Dat hoeft nu ook even niet, dankzij de hulp van het Rode Kruis.”
Het Rode Kruis biedt sinds 2020 samen met lokale partners, zoals buurthuizen, boodschappenkaarten aan. Deze boodschappenkaart helpt mensen die niet genoeg geld hebben om in hun basisbehoeften te voorzien. Op de kaart wordt wekelijks een bedrag gestort, dat besteed kan worden in verschillende (super)markten en winkels.
Naast haar werk zet Wilhelmina zich in als vrijwilliger voor eenzame jongeren en ouderen. Hierdoor ziet ze veel gelijkgestemden. “Veel mensen schamen zich”, vertelt ze. “Ik vind het ook lastig. Ik heb altijd hard gewerkt en dan sta ik nu bij de kassa en kan ik mijn boodschappen niet eens betalen. Daar schaam ik me nog steeds voor.”
Toch ziet de 61-jarige ook in dat het je veel brengt als je wél over deze problemen durft te spreken. “Doordat ik erover sprak kwam ik in aanraking met het Rode Kruis. En de hulp die ik krijg is heel fijn. Ik hoop alleen echt dat ik snel weer zonder hulp verder kan. Helaas heb ik geen glazenbol en weet ik het niet. Al is dat misschien maar goed ook. Daarom probeer ik van elke dag een leuke dag te maken.”