Duizenden Rode Kruis-hulpverleners ingezet in Iran en Libanon
02 april 2026
Wereldwijd voelt het Rode Kruis de klappen van het conflict in het Midden-Oosten steeds harder. Vrachtwagens moeten enorme omwegen maken, brandstofprijzen stijgen hard en belangrijke vaarroutes zijn niet meer veilig. Hierdoor wordt het steeds moeilijker – en duurder – om landen in crisis snel te bereiken met noodhulp. We leggen je uit waarom.
Om mensen zo snel en efficiënt mogelijk te helpen, heeft het Rode Kruis grote opslagruimtes verspreid over de wereld. Vanuit deze magazijnen worden onder meer medicijnen, hygiëneproducten, dekens en tenten verzonden. Eén van deze ruimtes staat in Dubai, strategisch gelegen om landen in Afrika en Azië te kunnen voorzien wanneer dat nodig is.
Maar nu transport in de regio te gevaarlijk is geworden, moeten we opzoek naar alternatieve routes voor het vervoeren van goederen. Deze routes zijn langer, onzekerder en kosten veel meer geld.
De problemen gaan verder dan oplopende brandstofprijzen. Door verstoringen in vaarschema’s worden goederen vanuit de Verenigde Arabische Emiraten niet langer via de Straat van Hormuz verscheept. Containers moeten nu eerst over land naar de haven van Jeddah in Saoedi-Arabië: een omweg die zo’n $ 5.000 extra per container kost, al veranderen die bedragen dagelijks.

Eén van de landen waar we ons nu al grote zorgen over maken is Tsjaad, waar vanaf mei het regenseizoen weer begint. Een periode waarin overstromingen en vervuild drinkwater grote risico’s vormen en hulp hard nodig is. Echter, belangrijke apparatuur die nodig is om cholera te behandelen en om de waterkwaliteit te monitoren, ligt vast in het Rode Kruis-magazijn in Dubai.
De apparaten opnieuw bestellen, opnieuw betalen en opnieuw verzenden, is geen optie. Dit zou zes weken extra wachten beteken en duizenden euro’s extra kosten, terwijl de tijd dringt. Elke week vertraging kan directe gevolgen hebben voor de gezondheid van de mensen in Tsjaad.

Ook maken we ons grote zorgen over Soedan. Daar moeten mensen elke dag zien te overleven, terwijl hulp maar mondjesmaat binnenkomt. Zo kon een schip met voedselpakketten niet via de Rode Zee aanleggen in de kustplaats Port Soedan. De hele zending moest worden omgeleid: eerst over land, daarna overgeladen op vrachtwagens en via Egypte het land in. Die extra stappen maken hulp niet alleen duurder, maar zorgen er ook voor dat mensen in nood nóg langer moeten wachten.
En die tijd is er niet, benadrukt Harm Goossens, directeur van het Nederlandse Rode Kruis: “In Soedan kunnen mensen niet weken langer wachten op voedsel, mensen lijden aan ondervoeding. En als hulporganisatie zijn we al genoodzaakt om ieder dubbeltje om te draaien. De gevolgen van dit conflict worden overal gevoeld. Het raakt de mensen in de meest kwetsbare situaties extra hard. Er is maar één oplossing: het geweld moet stoppen.”

Of het nu gaat om hogere transportkosten, vertraagde zendingen of levensreddende hulpgoederen die vaststaan in een magazijn: mensen in nood, waar dan ook ter wereld, mogen nooit de dupe worden van conflict. Burgers en civiele infrastructuur – zoals havens, ziekenhuizen en energievoorzieningen – mogen geen doelwit zijn. Alleen dan kunnen we blijven doen wat zo hard nodig is: mensen helpen en beschermen.