Elke dag minder zorg in Gaza: hulpverleners voor onmogelijke keuzes
11 mei 2026
Op maandagochtend, tussen de luchtaanvallen door, spreken we Rode Kruis-hulpverlener Anke over de situatie in Libanon. Ze woont in het land dat nu dagelijks doelwit is van aanvallen. Veel mensen hebben hun huis moeten ontvluchten en kijken vol angst naar de toekomst.
Anke Bert (32) werkt sinds anderhalf jaar in Libanon voor het Rode Kruis. Twee minuten voor onze online afspraak stuurt ze een berichtje: “Net een luchtaanval geweest hier, ik heb vijf minuutjes extra nodig en kom eraan!”
Rode Kruis-hulpverlener in Libanon
Het weekend is relatief rustig verlopen in Beiroet, de hoofdstad van Libanon en de locatie van het hoofdkantoor van het Libanese Rode Kruis. Deze maandagochtend komt er abrupt een einde aan de rust. “Sinds tien uur lokale tijd zijn er een stuk of vijf aanvallen geweest.”
Libanon is heel klein, de oppervlakte is vergelijkbaar met de provincies Gelderland en Noord-Brabant bij elkaar. “Een aanval is dus altijd dichtbij. Mensen hebben ook vaak contacten in het hele land. Ze houden constant in de gaten of er nog aanvallen zijn geweest en of vrienden en familie in orde zijn. Dat is enorm zwaar voor mensen.”
Anke ziet elke dag de gevolgen van het conflict: “Ik zie kinderen in pyjama op straat die zich in een uitzichtloze situatie bevinden. Dat laat me niet onberoerd. Ik heb zelf de mogelijkheid om te vertrekken en naar huis te gaan, de mensen hier hebben dat niet.”

Er zijn evacuatiebevelen gegeven zodat mensen de gebieden die aangevallen zullen worden, kunnen verlaten. “Dat betekent niet dat daar nu niemand is: ouderen of mensen die minder mobiel zijn, blijven bijvoorbeeld achter.” Als je achterblijft in zo’n gebied is alles onzeker, vertelt Anke. “Waar en wanneer een aanval precies zal plaatsvinden, wordt niet gedeeld.”
Maar vluchten biedt ook geen zekerheid. “We hebben sinds woensdag al twee aanvallen gezien die buiten het aangekondigde gebied plaatsvonden. Dat baart ons grote zorgen.”

Het Libanese Rode Kruis focust zich nu op vier dingen. “De ambulanceservice werkt dag en nacht, om mensen te evacueren uit gevaarlijke gebieden en om mensen naar ziekenhuizen te vervoeren. De bloedvoorraad wordt op peil gehouden door bloeddonaties en -transfusies te regelen. Dat is hard nodig als er veel gewonden zijn. Verder wordt eerste hulp geregeld en mensen hebben opvang en spullen nodig als ze hun huis noodgedwongen hebben moeten verlaten. Ten slotte zijn er speciale teams die mensen onder het puin vandaan halen.”

Hoe het conflict zich verder gaat ontwikkelen is onduidelijk. Die onzekerheid maakt angstig, de hoop brokkelt af. “Bij de aanvallen in 2024 zagen we dat mensen optimistischer waren. Ze vertrouwden erop dat er snel een einde aan zou komen, ook omdat er onderhandelingen bezig waren. Nu is dat anders. De kans is groot dat het langer gaat duren, misschien wel een aantal maanden.”
Zelfs als de aanvallen nu zouden stoppen, is de impact gigantisch. “Sommige dorpen zijn al volledig van de kaart geveegd. Voor mensen die daar vandaan komen, is de kans dat ze ooit terug kunnen erg klein.”
Toch zijn er ook sprankjes hoop: “Ik zie heel veel initiatieven hier in de stad om mensen te helpen. Restaurants vormen zich om en koken voor duizenden mensen, inzamelingsacties van kleding en speelgoed worden opgetuigd. Dat is heel mooi om te zien.”
Iedereen die in nood is, moet op ons kunnen rekenen. Of dat nu in het Midden-Oosten is, in Oekraïne of Soedan. Juist dáár zijn wij. Om mensen te helpen waar dat voor anderen onmogelijk is. Mensen die leven te midden van geweld, op de vlucht zijn of die proberen hun leven weer op te bouwen. Voor hen zorgen we voor schoon drinkwater, voedsel, onderdak en medische zorg. De basis die mensen nodig hebben om te overleven en om weer vooruit te kunnen kijken. Help je mee?