Rode Kruis: week na aardbevingen Venezuela dreigen ziekte-uitbraken door warmte en watertekort
03 juli 2026
Inwoners van Gaza leven al duizend dagen in een humanitaire ramp. Dat ziet het Rode Kruis, dat sindsdien tientallen hulpverleners verloor. Zicht op verbetering ziet de organisatie niet. Overbevolking, ziekten, voedseltekorten en geweld maken het leven in Gaza ondragelijk. Er komt nog altijd te weinig hulp binnen.
Tienduizenden mensen kwamen om het leven in de afgelopen duizend dagen, onder wie veel hulpverleners. De Palestijnse Rode Halve Maan, het Rode Kruis in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever, verloor 32 mensen in beide gebieden. Het jaar 2024 werd zelfs het meest dodelijke ooit voor het Rode Kruis. Ondertussen leven de inwoners van Gaza met minimale middelen in een steeds kleiner wordend gebied. De registratieplicht voor ngo’s zorgt ervoor dat er nog meer hulp wegvalt. Het Rode Kruis blijft en kan zijn werk doen, maar de situatie is ontzettend lastig.
Derk Segaar is hoofd Internationale Hulp bij het Rode Kruis. Zijn collega’s helpen dagelijks mensen in Gaza: “We zien dat mensen op elkaar gepakt moeten overleven, omdat meer dan de helft van het gebied niet meer toegankelijk is. Hulpgoederen komen nog altijd beperkt binnen, na alle oproepen die we deden. Mensen hebben echt dringend behoefte aan nieuwe tenten, schoon water, medicijnen en voedsel. Vaak eten zij maar één maaltijd per dag. Dat baart ons grote zorgen.”
Hij vervolgt: “Je ziet vaak dat commerciële goederen worden meegeteld bij het aantal vrachtwagens dat Gaza ingaat. Maar die spullen zijn schreeuwend duur. De meesten hebben daar helemaal geen geld voor. Zij zijn afhankelijk van onze hulp. Dat vertroebelt het beeld. Wij kijken daarom naar de invoerroute die bijna alle hulporganisaties gebruiken. Dan zien we dat er in de afgelopen zes maanden gemiddeld 80 vrachtauto’s met humanitaire hulp per dag werden gelost. Bij het staakt-het-vuren werd afgesproken dat er 600 per dag naar binnen zouden gaan.”
Het Rode Kruis ziet dat mensen op dit moment in de hitte in versleten tenten wonen. De brandende zon is levensgevaarlijk. En door vervuild water breken er constant ziekten uit, zoals infecties en diarree. Patiënten wachten ondertussen op medische evacuaties en specialistische behandelingen buiten Gaza, terwijl ziekenhuizen blijven kampen met tekorten aan personeel, medicijnen en medisch materiaal.”
Brandstofvoorraden zijn ondermaats en eten is voor de meesten niet meer dan houdbaar voedsel als bloem, rijst en water. “Dat kan snel anders, als er meer en diversere hulpgoederen worden toegelaten”, legt Segaar uit. “Het Rode Kruis biedt gelukkig hulp: voedsel, onderdak en zorg. We hebben er twee ziekenhuizen, vier veldhospitalen, twintig medische punten en twintig ambulances die nog kunnen rijden. Buiten Gaza hebben we nog veel meer ambulances en andere spullen, maar die komen amper binnen.”
Ondertussen verslechtert ook de situatie op de Westelijke Jordaanoever met de dag. Daar raakten duizenden mensen ontheemd of economisch in de knel. Het Rode Kruis helpt hen, maar heeft steeds meer last van beperkingen in zijn werk. “Hulpverleners worden beschoten, gevangengenomen en soms gedood. Patiënten in de ambulances sterven onderweg, omdat ze vaststaan voor een checkpoint. Het is ongekend”, verzucht Segaar.
Het Rode Kruis blijft benadrukken dat burgers, hulpverleners en ziekenhuizen beschermd zijn en roept op tot veilige en ongehinderde toegang, in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever. Segaar besluit: “Duizend dagen geweld hebben diepe sporen achtergelaten, ook voor onze organisatie. Doden mogen nooit een statistiek worden. Dit waren mensen met geliefden en een verhaal. Blijf hun verhaal alsjeblieft vertellen.”