Teams Libanese Rode Kruis aangevallen tijdens reddingsactie
23 april 2026
Meer dan duizend dagen na het uitbreken van het conflict in Soedan blijft het land gevangen in de grootste humanitaire crisis ter wereld. Aanhoudend geweld verdreef zeker 14 miljoen mensen van huis en ontketende een ongekende hongersnood die aan duizenden mensen het leven kostte. Dit moet nu stoppen. Alleen een internationaal gedragen oplossing kan een einde aan dit drama te maken.
Derk Segaar, hoofd Internationale Hulp van het Nederlandse Rode Kruis: “Er zijn ferme afspraken nodig, niet alleen tussen de strijdende partijen in Soedan, maar ook met landen die invloed hebben op het conflict. Burgers en hulpverleners moeten beschermd worden en de Soedanese Rode Halve Maan moet veilig toegang krijgen om mensenlevens te redden. Sinds het conflict uitbrak hebben we al 21 hulpverleners verloren die niets anders deden dan mensen in nood helpen. Vijf van hen kwamen in oktober om in de stad Bara terwijl zij voedselhulp verleenden.”
Het Rode Kruis roept op tot de bescherming van burgers, hulpverleners en civiele infrastructuur, onbelemmerde humanitaire toegang en hernieuwd respect voor het internationaal humanitair recht. Alleen een breed gedragen politieke oplossing en daarmee een einde aan het geweld kunnen leiden tot duurzame vrede. Als dit niet gebeurt, zal 2026 precies zo verlopen als de afgelopen 1000 dagen; duizenden mensen in Soedan zullen sterven door honger, geweld, een gebrek aan medische zorg en de meest basale vormen van humanitaire hulp.
De gezondheidszorg in Soedan is bijvoorbeeld vrijwel volledig ingestort: naar schatting functioneert 80 procent van de zorginstellingen niet. Ziekten zoals cholera, malaria en dengue eisen hun tol, vooral onder kinderen, ouderen en zwangere vrouwen. Tegelijkertijd gaan bijna 17 miljoen kinderen niet naar school, wat een hele generatie berooft van toekomstperspectief.
Maar ondanks het ernstige geweld en de ontheemding blijven de tienduizenden vrijwilligers van de Soedanese Rode Halve Maan levensreddende hulp bieden in alle 18 staten van het land. Segaar: “Onze hulpverleners leveren noodhulp, basisgezondheidszorg, psychosociale ondersteuning, vaak onder extreem gevaarlijke omstandigheden. Veel van de collega’s zijn zelf ook ontheemd. Ze verloren familieleden en zagen dat hun dorpen en steden verwoest werden.”
Toch blijven zij zich inzetten voor hun medemensen, in vluchtelingenkampen en afgelegen gebieden waar nauwelijks andere hulp beschikbaar is. Maar geld voor hun activiteiten en toegang om overal hulp te bieden blijven een groot probleem. Denk ook aan de verschrikkelijke situatie in Al-Fasher. Nog steeds is er veel onduidelijk, maar naar schatting zijn duizenden mensen omgekomen. Mensen die konden vluchten vertellen verschrikkelijke verhalen. Zo werden mensen misbruikt bij checkpoints en op straat neergeschoten. Ook heerst er een groot voedseltekort. Doordat hulpverleners niet worden toegelaten kwamen voedselhulp en medische hulp stil te liggen. Dit moet écht veranderen in 2026.
“De aandacht voor Soedan dreigt opnieuw af te nemen, terwijl nog dagelijks mensen moeten vluchten. Te voet leggen zij kilometers af naar een – hopelijk – veilige plek. Het brute geweld gaat door, maar niemand grijpt in. We doen daarom nogmaals een dringende oproep aan de wereld: vergeet de mensen in Soedan niet en kom in actie. Alleen zo kan het lijden van miljoenen eindelijk stoppen”, aldus Segaar.