Oekraïne: zo leven mensen 4 jaar na de escalatie van het conflict
24 februari 2026
Dagelijks slaan mensen in Oekraïne op de vlucht voor het aanhoudende geweld. Maar waar kunnen zij terecht? In Nederland zijn er veel te weinig opvangplekken. Zo is de tijdelijke opvang in het Gelderse Westervoort bedoeld voor slechts een paar nachten, tot er plaats is op een langdurige locatie. In werkelijkheid verblijven mensen er vaak drie tot vier weken. Soms moeten medewerkers zelfs mensen weigeren, omdat er simpelweg geen ruimte meer is. Maar waar kunnen zij dan nog heen?
De crisisnoodopvang in Westervoort is ingericht voor kort verblijf. Dat zie je dan ook meteen aan de sobere kamers. Toch blijven mensen er nu vaak wekenlang, omdat er geen andere plekken beschikbaar zijn. Privacy is er nauwelijks: veel mensen worden op één kamer geplaatst. Het is echt geen plek om langer te blijven.
Hoe ernstig de situatie is, blijkt uit het verhaal van een moeder met haar twee kinderen uit Kyiv. Na hun vlucht uit Oekraïne kwamen ze aan in Amersfoort. Daar werden ze bij de gemeente weggestuurd, omdat er geen opvangplek was. Die avond zwierven ze rond, totdat een politieagent hen op straat tegenkwam. Hij bracht hen naar een noodopvang, maar ook daar was geen plek. Uiteindelijk sliepen ze een nacht in een hostel, om het de volgende dag opnieuw te proberen bij de opvang in Amersfoort. Pas later konden ze terecht in Westervoort.

Dit soort verhalen komen steeds vaker voor. Alleen al in augustus klopten 435 Oekraïners aan bij het Rode Kruis, omdat ze nergens terecht konden. Meer dan 75 van hen vertelden dat ze dagenlang op straat of in de auto moesten slapen.
Zo zwierf een 17-jarige jongen dagenlang alleen rond, nadat hij door de gemeente was weggestuurd. En een gezin van vier volwassenen slaapt al anderhalve week in hun auto op het parkeerterrein van een opvanglocatie in Emmeloord.
Een ander gezin, met een baby van nog maar één jaar oud, verbleef dagenlang op station Utrecht. Een politieagent zag hen en ging samen met de familie naar de gemeente. Daar kregen ze te horen dat er geen plek was en dat ze het elders moesten proberen. De agent wilde hen echter niet op straat achterlaten en nam daarom contact op met het Rode Kruis. Uiteindelijk hebben we voor het weekend een hotel geboekt, zodat het gezin toch een dak boven hun hoofd had.
Suzanne Segaar, hoofd Nationale hulp bij het Rode Kruis, maakt zich ernstig zorgen: “Het is verschrikkelijk dat dit de harde realiteit is. Het gaat hier om alleenreizende kinderen, mensen met oorlogstrauma’s en moeders met kinderen. Zij hebben hulp nodig.”
Het tekort aan opvangplekken is al lange tijd een probleem. Afgelopen week klopten al vijftig mensen aan bij het Rode Kruis dat zij op straat hebben geslapen. Suzanne: “Het is nu chaos. En wij zien maar het topje van de ijsberg. Al een jaar lang kloppen mensen bij ons aan. Vaak getraumatiseerd, gevlucht uit een land waar nog dagelijks aanvallen zijn en doden vallen. Wij zijn niet in staat om opvangplekken te realiseren voor mensen. Dat is een taak én morele plicht van de overheid.”
hoofd Nationale hulp bij het Rode Kruis
Iedereen verdient een veilige, warme en humane plek om te verblijven. Daarom is opvang een belangrijk thema binnen het Rode Kruis. Er zijn helaas heel veel mensen in de wereld die hun huis en haard noodgedwongen moeten verlaten, bijvoorbeeld omdat het in hun thuisland niet veilig is of omdat ze door aanhoudende droogte geen inkomsten én geen eten meer hebben. Over de hele wereld runt het Rode Kruis tal van opvanglocaties voor mensen op de vlucht. En sinds 2022 doen we dat ook in Nederland.