Word vrijwilliger Doneer

Guido werkt tijdens de pandemie in crisisgebied: “Elke keer als we bij het ziekenhuis aankomen, ben ik er stil van”

Geplaatst op: 29 december 2020

Niet genoeg mondmaskers, geen mogelijkheid om afstand te houden en lange rijen voor het ziekenhuis. Voor mensen die in een crisisgebied wonen, is de coronapandemie een extra uitdaging bovenop de andere problemen waar ze dagelijks mee te maken krijgen. De Nederlandse fysiotherapeut Guido Versloot werkt voor het Internationale Rode Kruis in een ziekenhuis aan de rand van het vluchtelingenkamp Al Hol in Syrië. Samen met andere hulpverleners helpt hij zieken en gewonden in een van de weinige ziekenhuizen voor de 70.000 mensen in het vluchtelingenkamp. “Ik ben door mijn werk best wat ellende gewend. Maar deze plek sloeg hard in.”

Voor het Rode Kruis reist Guido de hele wereld over om mensen te helpen in crisisgebieden. Zijn eerste post was in Noord-Korea en daarna werkte hij onder andere in ziekenhuizen en revalidatieklinieken in Pakistan, Zuid-Soedan en Irak. Ondanks al die ervaring kwam de situatie in Syrië hard bij hem binnen. “Het is de eerste keer dat ik in een vluchtelingenkamp werk. Elke keer als we aankomen bij het ziekenhuis ben ik er weer stil van,” vertelt Guido. “Overal waar je kijkt, zie je tenten. Een deel staat op instorten. Sommige mensen zitten hier al jaren, zonder hoop om er ooit uit te komen. Dat zie je ook aan ze: er is geen toekomst. Ze leven, maar ze leven eigenlijk ook niet.”

Geen coronatesten en slechte hygiëne

Het ziekenhuis van het Rode Kruis staat aan de rand van het vluchtelingenkamp en bestaat uit tenten. “Zeker nu het winter is, klagen we weleens over de kou. Maar wij stappen aan het eind van de dag weer in de bus naar huis, waar we de verwarming aan kunnen zetten. De mensen die daar wonen, hebben dat niet.”

Guido en zijn collega’s wonen in de nabijgelegen stad Al-Hasakah. Vanaf daar rijden ze elke ochtend een uur naar het ziekenhuis. “Als we aankomen, staat er soms al een rij met mensen voor de poort. Voordat ze naar binnen mogen, wordt iedereen gescreend op corona. En wij werken de hele dag in volledige beschermingsmiddelen,” vertelt Guido over zijn werkdag. Omdat er bijna geen testcapaciteit is in de regio, is het moeilijk vast te stellen of iemand besmet is met het coronavirus. Om zo veilig mogelijk te werken, wordt daarom iedereen in het ziekenhuis behandeld als mogelijk coronapatiënt. “Wanneer je in het kamp woont, zijn ook dingen als afstand houden natuurlijk erg lastig,” legt Guido uit. “Daarnaast is de hygiëne er slecht.”

Onder de patiënten die Guido in het ziekenhuis helpt zijn veel kinderen.

In het ziekenhuis zijn botbreuken voor Guido aan de orde van de dag. En nu de temperaturen omlaag gaan en de houtvuren en kachels worden opgestookt, neemt ook het aantal mensen met brandwonden toe. In het Al-Hol-kamp wonen voornamelijk vrouwen en kinderen. “We zien dus veel kinderen en doen veel bevallingen,” vertelt Guido. “We richten ons vooral op de noodgevallen. En alles wat we niet aankunnen, proberen we door te sturen naar reguliere ziekenhuizen in de regio.”

De kliniek van het Rode Kruis staat net iets buiten het Al-Holkamp. Maar veel bewoners kunnen niet zomaar het vluchtelingenkamp verlaten om naar de kliniek te gaan. “Als iemand valt en een arm breekt, heeft diegene soms twee of drie dagen nodig om bij ons te komen. Dan moet je nog maar zien wat je er aan kan doen.”

Lockdown in Mosul

In maart dit jaar vertrok Guido voor zijn werk naar Mosul in Irak. Hier ging hij aan de slag in een revalidatiecentrum, waar hij mensen met een prothese begeleidde. Door de coronapandemie liep dit anders dan verwacht. “Normaal heb je wat overlap met je voorganger, zodat je ingewerkt kan worden. Nu moest hij direct weg om de laatste vlucht te pakken. Alles ging op slot.”

Vanwege de strenge coronamaatregelen in Mosul, kon Guido vaak niet aan het werk in het revalidatiecentrum. “Dat is een hele rare situatie. Je komt daar om mensen te helpen, maar opeens zit je een aantal weken helemaal thuis. Daar kom je natuurlijk niet voor.”

De coronapandemie sloeg ook in Mosul hard toe. De hulpverleners van het Rode Kruis hielpen de ziekenhuizen door ze te voorzien van mondmaskers en andere beschermingsmiddelen. “De gezondheidszorg in Irak is er slecht aan toe. Er is overal een tekort aan. Dus mocht je ziek worden, dan heb je echt een heel groot probleem,” vertelt Guido.

Opgesloten zitten in een huis in Mosul, ver weg van familie, voelde beangstigend voor Guido. “Ik hoorde van mensen in Nederland die ziek werden en dacht: als het mijn familie overkomt, kan ik er niet eens naartoe. Er was in Irak een hele strenge lockdown, je mocht de stad niet eens uit. Dus het had me twee of drie weken gekost om überhaupt een vliegveld te bereiken,” vertelt hij. “Dat voelt wel een stuk benauwder dan normaal. Dan weet je: als er iets mis is, zit ik in twee dagen op het vliegtuig naar Nederland. Nu waren we helemaal opgesloten.”

Zuid-Soedan, 2018: Guido behandelt een patiënt tijdens een van zijn missies.

Wereldwijd in actie tijdens de coronacrisis

Wereldwijd staan veel hulpverleners van het Rode Kruis net als Guido klaar om mensen te helpen na rampen en conflicten. Daarnaast helpen we in 171 landen om de coronapandemie te bestrijden. Dat is in veel landen extra moeilijk, want hoe bestrijd je corona als het oorlog is of als er geen water is om je handen te wassen? Lees meer over onze internationale hulp tijdens de coronacrisis.

Wil je meer weten over hulp wereldwijd?