Zo helpen we gemeenschappen in Ethiopië de volgende ramp voor te zijn
15 mei 2026
Waar Europees Nederland vreest voor natte voeten, staat het Caribische deel van het Koninkrijk al tot aan de enkels in het water. Klimaatverandering is hier geen toekomstscenario, maar dagelijkse realiteit. Nu actie ondernemen is noodzakelijk, maar dat kunnen de eilanden niet alleen. Hoog tijd dat er meer aandacht komt voor de eilanden in het Nederlandse klimaatdebat: er staan mensenlevens op het spel.
Op het gebied van klimaat heeft Caribisch Nederland met andere uitdagingen én een andere tijdlijn te maken dan Europees Nederland. Dat besef drong pas echt door toen inwoners van Bonaire een rechtszaak aanspanden tegen de Nederlandse staat. De rechter gaf hen gelijk: de overheid heeft niet genoeg gedaan om de inwoners van het eiland te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Klimaatverandering treft alle Caribische eilanden, maar niet op dezelfde manier. De bovenwindse eilanden, Saba, Sint-Maarten en Sint-Eustatius, worden steeds vaker geraakt door krachtigere orkanen. Op de benedenwindse eilanden – Aruba, Bonaire en Curaçao – liggen de grootste risico’s juist in zeespiegelstijging en droogte. Zo dreigt Bonaire al rond 2050 deels onder water te komen te staan en komt ook belangrijke infrastructuur, zoals de haven van Curaçao, onder druk. Tegelijk zorgt afnemende neerslag op deze eilanden voor droogte en grote problemen in de watervoorziening.
Ook hitte en hevige regenval nemen toe op de eilanden, met grote gevolgen voor natuur en leefomgeving. Zo sterft koraal af, terwijl juist koraalriffen dienen als natuurlijke bescherming tegen de kracht van de zee. Raimond Duijsens, expert op het gebied van weerbaarheid bij het Rode Kruis, ziet dat actie niet kan wachten: ”Problemen die voor Europees Nederland verder op de horizon liggen, komen op de eilanden al voor.”

Door de minimale hulp van de overheid, gaan inwoners van de eilanden zelf maar aan de slag om de toekomst van volgende generaties veilig te stellen. Het ontbreekt hen niet aan assertiviteit: tal van initiatieven worden opgezet. Een deel ervan richt zich op natuurlijke oplossingen om de impact van extreem weer te verminderen.
Raimond legt uit hoe dat zit: ”Voor een eiland als Bonaire, dat een hele lage kustlijn heeft, zijn koraal en mangroven natuurlijke buffers tegen storm en hoge golfslag. Daar, en op andere eilanden, wordt gewerkt aan het beschermen en versterken hiervan. Dat is een proces van lange adem. Je kunt de natuur niet dwingen sneller te groeien.”
De beste aanpak is niet voor elk eiland hetzelfde. ”Elk eiland heeft zijn eigen karakteristieken en problemen. Lokale kennis is dus belangrijk en die is er natuurlijk volop”, vertelt Raimond. Maar de eilanden moeten wel ondersteund worden in hun projecten: er is geld, kennis en structurele betrokkenheid nodig vanuit Europees Nederland.
Die samenwerking is geen eenrichtingsverkeer. Ook voor Europees Nederland is er een hoop te leren, vertelt Raimond: “De sterkere sociale cohesie op de eilanden helpt gemeenschappen beter om te gaan met crises. Dit heeft ook heel erg geholpen bij het doorkomen van de coronapandemie, waar minder teruggevallen kon worden op de overheid. Samenredzaamheid is iets waar we in Europees Nederland aan werken, maar wat op de eilanden al veel vanzelfsprekender is.”
Door goede anticipatie en voorbereiding op rampen kunnen we schade minimaliseren. En als het dan misgaat, zijn hulpverleners van het Rode Kruis natuurlijk aanwezig voor noodhulp en wederopbouw.
Maar eigenlijk willen we niet dat het zover komt. Preventieve maatregelen kunnen deze gebieden weerbaarder maken tegen extreem weer. Optimisme over de toekomst is er, maar de eilanden kunnen het niet alleen.

Extreem weer vraagt om actie vóórdat een ramp toeslaat. Daarom investeert het Rode Kruis wereldwijd samen met lokale gemeenschappen in voorbereiding op rampen. Zo beperken we schade en beschermen we levens. Want rampen maken geen onderscheid – wij ook niet. We zijn er voor wie dan ook, waar dan ook, waarom dan ook. Voor, tijdens en na een ramp.