“Verhalen over seksueel geweld komen keihard binnen”: Fanny werkt voor het Rode Kruis in Soedan
Rode Kruis-hulpverlener Fanny in Soedan

“Verhalen over seksueel geweld komen keihard binnen”: Fanny werkt voor het Rode Kruis in Soedan

Ook het grote aantal mensen op de vlucht raakte haar enorm

Honderd dagen na de aanval op Al-Fasher is de situatie in de Soedanese stad catastrofaal. De toegang blijft beperkt, waardoor de hulpverlening moeilijk op gang komt. Fanny de Swarte van het Rode Kruis is net terug uit Noord-Soedan, waar veel mensen naartoe vluchtten: “Met eigen ogen zien hoeveel mensen op de vlucht zijn, dat raakte me enorm. Ook de heftige verhalen over seksueel geweld schokten me diep.”

Fanny de Swarte is projectmedewerker voor het Rode Kruis in Soedan en bezocht de opvanglocatie in Al Dabbah: “Gezinnen komen aan met weinig meer dan de kleding die ze dragen. Ze vertellen de meest aangrijpende verhalen. Velen waren dagenlang onderweg en liepen honderden kilometers, vaak zonder eten of drinken, op de vlucht voor extreem geweld. Sommigen komen gewond aan, anderen diep getraumatiseerd na getuige te zijn geweest van moord of verkrachting van geliefden.”

Veel verhalen over seksueel geweld
De trauma’s zijn voelbaar, vertelt De Swarte. “Wat het meest bij me binnenkwam, waren de verhalen over het seksuele geweld. Een collega vertelde me dat een meisje van 17 zich met haar 9-jarige zusje bij ons humanitaire servicepunt in Al Dabbah meldde. Zij was onderweg verkracht door drie mannen, terwijl haar zusje moest toekijken. Het is onvoorstelbaar wat mensen doormaken.”

In het kraamziekenhuis in de plaats Dongola, nabij de opvanglocatie, komen veel zwangere vrouwen. Daar verdrievoudigde het aantal zwangerschappen als gevolg van verkrachting in de afgelopen tijd. “In de klinieken van de opvanglocaties hangen protocollen voor de behandeling van overlevenden van seksueel geweld even opvallend aan de muur als instructies over handhygiëne”, vertelt De Swarte.

Noden blijven enorm
De lokale bevolking zet zich hard in om anderen op te vangen en te helpen, merkte De Swarte. “Er zijn activiteiten van de Soedanese Rode Halve Maan die volledig draaien op gemeenschapsdonaties.” Toch zijn de noden enorm: ziekenhuizen zijn overbelast en er zijn tekorten aan apparatuur, medicijnen en geld. In de opvanglocatie in Al Dabbah, waar 25.000 mensen wonen, is de sanitaire situatie bijvoorbeeld een enorme uitdaging. Er is slechts één latrine per 148 mensen, wat het risico op ziekte-uitbraken vergroot. Het Rode Kruis werkt er daarom aan verbetering.

Grote vrees voor cholera-uitbraken
Soedan kampt met een hardnekkige cholera‑epidemie, vanwege die slechte hygiënische situatie op veel plekken in het land. Het conflict versterkt dat, omdat mensen vluchten en samen moeten wonen op plekken met beperkte toegang tot schoon water en omdat er aanvallen op waterfaciliteiten plaatsvinden. De vrees voor een uitbraak in de opvanglocatie in Al Dabbah is groot. Daarom werkt het Rode Kruis hard aan cholerapreventie. “We delen hygiënekits, zeep en jerrycans met water uit om de verspreiding van ziektes zoals cholera te voorkomen. Ook bouwden we extra noodtoiletten en handwaspunten,” vertelt De Swarte.

Het Rode Kruis is diep bezorgd over het lijden dat dit conflict in Soedan al bijna drie jaar veroorzaakt. Het geweld moet zo snel mogelijk stoppen en dat kan alleen via een internationaal gedragen oplossing met duidelijke en bindende afspraken met alle betrokken partijen. De internationale gemeenschap kan hier niet langer voor wegkijken.

Het Rode Kruis blijft alles op alles zetten om zoveel mogelijk getroffen mensen in Soedan te helpen. Hierbij kunnen wij alle hulp gebruiken. Doneren kan via http://www.rodekruis.nl/soedan of Giro 6868 onder vermelding van ‘Soedan’.