Wie zijn de mensen die wachten in Ter Apel?
In Ter Apel helpt het Rode Kruis mensen die buiten moeten wachten.
Migratie

Wie zijn de mensen die wachten in Ter Apel?

Op het voorterrein van het aanmeldcentrum in Ter Apel wachten elke dag tientallen mensen buiten. Soms urenlang in de regen. Overdag staan ze op het gras, en ’s avonds slapen ze in een sporthal of congreslocatie. Ze wachten in onzekerheid, met hoop op wat perspectief. Zoals Ali (26): “Het enige wat me aan thuis herinnert, zijn een paar foto’s op mijn telefoon.”

De mensen die wachten op het voorterrein in Ter Apel komen uit alle hoeken van de wereld: Syrië, Gaza, Zimbabwe of Indonesië. Sommigen zijn weken onderweg, anderen maanden of zelfs jaren. Iedereen draagt een eigen verhaal mee en hoopt op een betere toekomst.

Veel onzekerheid

Yuzan (22) vluchtte samen met zijn vader uit Syrië. Het is de tweede dag dat ze buiten moeten wachten. “Ik ben blij dat ik met mijn vader ben, maar ik ben ook uitgeput. De nachten zijn kort en alles is zo onzeker”, vertelt Yuzan. “Elke dag hebben we opnieuw de vraag: waar gaan we morgen naartoe? En de dag daarna? En daarna?”

Zijn moeder, drie zussen en broertje bleven achter in Syrië. “Ik mis ze iedere dag. Mijn vader en ik zijn de enige die konden vluchten.” Zijn vader knikt instemmend en zegt: “Door zo’n reis zie je je kinderen te snel volwassen worden. Ze kunnen nauwelijks kind zijn. Dat is pijnlijk om te zien.”

Droom om atleet te worden 

Even verderop zit Ethan (20) in het gras. Hij vluchtte uit Zimbabwe en reisde via Zuid-Afrika, Namibië en Zwitserland naar Nederland. Het is zijn derde dag dat hij buiten wacht in Ter Apel.

“Ik heb mijn familie moeten achterlaten. Mijn drie broers en zussen wonen nog in Zimbabwe.” Ethan hoopt snel op duidelijkheid en zou graag zo snel mogelijk weer willen sporten. Hij heeft weinig bij zich. “Alleen kleding én sportkleding. Ik wil namelijk atleet worden. Heel hard rennen, dat is waar ik goed in ben”, zegt hij trots.

Als kind nam Ethan al deel aan atletiekwedstrijden door het hele land. “Die droom wil ik niet loslaten.” Hij belt regelmatig met zijn familie in Zimbabwe. “Ik vertel dat het goed gaat hier. Maar zelf weet ik eigenlijk niet wat ik kan verwachten. Al die onduidelijkheid maakt het uitputtend.”

Een koffer met alleen wat kleding 

Ali (26) vluchtte uit Syrië. Als enige van zijn gezin. Zijn ouders, broertje van 16 en zus van 28 wonen nog in Tartous, een kustplaats in het westen van Syrië. “Voor mij is dat de mooiste plek van de wereld”, zegt hij. “Maar door al het geweld is het leven daar gitzwart geworden. In was daar niet meer veilig.”

Het is zijn derde dag in Ter Apel. “Sinds gisteren regent het meer. Mijn spullen en kleding zijn nat en het wordt kouder.” Naast hem ligt een grijze koffer. “Alleen kleren”, zegt hij. “Verder heb ik niks. Het enige wat me aan thuis herinnert zijn een paar foto’s op mijn telefoon. Maar daar kijk ik niet te veel naar. Anders wordt het gemis van mijn familie te groot.”

Mensen schuilen onder tenten van het Rode Kruis voor de regen in Ter Apel.
Mensen schuilen onder tenten van het Rode Kruis voor de regen in Ter Apel.

Niet alleen

De verhalen van Ali, Ethan en Yuzan staan niet op zichzelf. Er wachten dagelijks tientallen mensen zoals hen in onzekerheid op een sprankje hoop. De situatie is mentaal en fysiek uitputtend.

Dagelijks staat het Rode Kruis klaar om water en wat te eten uit te delen. Ook helpen we met het uitdelen van poncho’s, dekens en zetten we tenten neer, zodat mensen kunnen schuilen voor de regen. En minstens zo belangrijk: we bieden een luisterend oor en laten weten dat ze er niet alleen voor staan.

Een sprankje hoop 

Aan het eind van de dag horen Ali en Yuzan en zijn vader dat ze naar binnen mogen bij het aanmeldcentrum. Voor hen houdt het wachten op – voorlopig. Het brengt opluchting en geeft een beetje hoop.

Voor Ethan en tientallen andere mensen op het voorterrein in Ter Apel verandert er niets. Ze blijven buiten, in onzekerheid. Wachtend op een moment dat ook voor hen de deur opengaat.