Natuurrampen, klimaatverandering en humanitaire hulp

De wereld warmt op. En een warmere wereld is een wereld met meer extreem weer. Orkanen worden heftiger, hittegolven komen vaker voor en in veel regio’s valt er meer of juist minder regen. Niet pas in 2050 of 2100, maar nu al.

Dat heeft meer gevolgen dan je denkt. Voor de mensen die de rampen moeten ondergaan, maar ook voor hun vee en gewassen. Vooral voor arme mensen en inwoners van conflictgebieden is dat laatste een nekslag.

Ook dichter bij huis zijn de gevolgen van klimaatverandering voelbaar. De Europese hittegolven van 2019 waren zelfs de dodelijkste natuurramp van dat jaar.

Natuurrampen, klimaatverandering en het Rode Kruis
Het Rode Kruis helpt mensen in nood. Jaarlijks komen we bij vele natuurrampen in actie om mensen te voorzien van voedsel, water, onderdak en goede hygiënevoorzieningen. Ook staan we slachtoffers bij met psychosociale hulp en helpen we mensen om hun leven weer op te bouwen.

Maar het liefst zorgen we natuurlijk dat het niet zover komt. Met een betere voorbereiding op natuurgeweld en aanpassingen aan het veranderende klimaat, kunnen we het aantal getroffen mensen drastisch terugbrengen. Maar dan moeten we wel nú beginnen en onze aandacht richten op de meest kwetsbare groepen.

200 mln.

mensen zullen in 2050 hulp nodig hebben vanwege klimaatgerelateerde rampen

Wat is de invloed van klimaatverandering op natuurrampen?

De aarde warmt op. Maar een warmere wereld betekent niet alleen meer warme dagen. Verschillende gebieden krijgen ook te maken met meer of juist minder neerslag, langere of juist kortere periodes van droogte en zwaardere stormen. Dit natuurgeweld sleept in haar kielzog weer allerlei rampen zoals overstromingen, aardverschuivingen en epidemieën mee. Al met al leidt klimaatverandering dus tot veranderende weerspatronen en extremer weer.

108 mln.

mensen per jaar hebben nu al hulp nodig vanwege klimaatgerelateerde rampen

Hoeveel mensen worden slachtoffer van klimaatverandering?

Over 10 jaar worden 1,5 keer zoveel mensen slachtoffer van klimaatgerelateerde rampen als nu. Om hen allemaal te helpen, zouden we zo’n 20 miljard dollar per jaar nodig hebben. Dat zijn de conservatieve schattingen uit het Rode Kruis-rapport The Cost of Doing Nothing.

De last van klimaatverandering zal vooral terechtkomen op de schouders van mensen die al kwetsbaar zijn, blijkt uit het World Disasters Report 2020. In de gebieden waarin de opwarming van de aarde voor meer natuurrampen gaat zorgen, worden mensen nu al geplaagd door bijvoorbeeld armoede, honger of conflicten. Op dit moment doet de wereldwijde gemeenschap niet genoeg om hen te beschermen tegen het natuurgeweld dat gaat komen.

Speciale afdeling voor klimaatverandering
Het Rode Kruis helpt de meest kwetsbaren en ondersteunt de slachtoffers van natuurgeweld. Daarnaast willen we zorgen dat natuurgeweld minder slachtoffers maakt. Dit willen we bereiken door mensen beter op rampen voor te bereiden.

Daarom houden we ons intensief bezig met de impact van klimaatverandering. Hier hebben we zelfs een speciale afdeling voor. Het Rode Kruis Klimaatcentrum (Red Cross Red Crescent Climate Centre) is volledig gericht op klimaatverandering en hoe we hiermee kunnen omgaan. Het klimaatcentrum maakt de beste wetenschap toegankelijk voor het Rode Kruis, en helpt ons om praktische maatregelen te nemen om met klimaatrisico’s om te gaan. Het centrum is gevestigd in Nederland, maar de teamleden werken over de hele wereld.

Blijf op de hoogte van onze activiteiten rondom natuurrampen en klimaatverandering.

Schrijf je in voor de Rode Kruis-nieuwsbrief.

1,5

keer zoveel mensen zullen over 10 jaar slachtoffer zijn van klimaatrampen

Wie worden slachtoffer van klimaatverandering?

Natuurgeweld wordt dus heftiger in de toekomst. Deze rampen zullen vooral mensen raken die al kwetsbaar zijn. Neem extreem weer. Een zware storm in Nederland zorgt voor minder slachtoffers dan een zware storm in Mozambique, simpelweg omdat Nederlanders over het algemeen weerbaarder en welvarender zijn. Ze hebben meer middelen om zich voor te bereiden op al dat natuurgeweld.

Hetzelfde geldt voor veranderende weerspatronen. Een langere periode van te veel of juist te weinig neerslag leidt in landen als Somalië en Zuid-Soedan al snel tot afnemende landbouwopbrengsten, minder inkomen en voedselonzekerheid. Ondertussen zagen we in Nederland in de zomer van 2018 dat zelfs een lange periode van droogte niet hoeft te leiden tot honger, onder andere omdat er voor zulke situaties uitgebreide plannen en voldoende voedsel- en watervoorraden zijn.

Natuurrampen in conflictgebieden
Daarnaast hebben natuurrampen extra impact op mensen in conflictgebieden. Zo gingen mensen in Syrië in de afgelopen jaren niet alleen gebukt onder een conflict, maar ook onder zware regens (2019) en natuurbranden (2020).

Wat hebben klimaatverandering en conflicten met elkaar te maken?

Over de exacte relatie tussen klimaat en conflict is nog veel discussie. Bijvoorbeeld over de vraag in hoeverre klimaatverandering conflicten veroorzaakt of verergert. Maar wat in elk geval vaststaat, is dat de combinatie van klimaatverandering en conflict een dubbele klap is voor de mensen die ermee te maken krijgen.

Wat gebeurt er als natuurrampen toeslaan in conflictgebieden?

Inwoners van conflictgebieden zijn al kwetsbaar en daar komt klimaatverandering nog eens bovenop. Een oogst die mislukt door langdurige droogte is voor hen extra schadelijk, omdat ze vaak al weinig eten hebben, er weinig voedsel op de markt is en een bezoek aan de stad dodelijk kan zijn. Bovendien is het voor hulporganisaties lastiger om inwoners van conflictgebieden te helpen.

Een voorbeeld: in april 2019 troffen ongewoon zware regens de Al Hassakeh-regio in Syrië. In dat gebied waren net veel vluchtelingen aangekomen die totaal geen middelen hadden om met deze extra ramp om te gaan. Ook de mensen die al in het gebied woonden, kregen het zwaar te verduren. In totaal werden zo’n 118.000 mensen getroffen. Hun huizen raakten beschadigd, hun vee verdronk en hun voedsel ging verloren.

Waarom zijn natuurrampen in conflictgebieden nu al een probleem?

Landen kunnen zich voorbereiden op klimaatverandering en toekomstige natuurrampen. Daarmee kunnen we niet het natuurgeweld voorkomen, maar zorgen we wel dat het minder impact heeft.

Conflicten beschadigen de structuren en systemen die nodig zijn om gebieden aan te passen aan klimaatverandering. De infrastructuur van landen raakt beschadigd en hun ontwikkeling vertraagt, waardoor de inwoners kwetsbaar blijven.

Daar komt nog eens bij dat hulpverlening in conflictgebieden heel ingewikkeld is en veel meer geld kost dan in gebieden zonder conflictsituatie. Met dezelfde hoeveelheid geld kunnen dus minder mensen geholpen worden.

Wat doet het Rode Kruis rondom klimaatverandering?

Noodhulp zal altijd nodig blijven. Maar met een groeiende wereldbevolking en meer extreem weer kunnen we niet alleen maar blijven afwachten tot de volgende ramp toeslaat. Nu al komt voor veel mensen hulp te laat, of zelfs helemaal niet.

Dat kan en moet anders, met hulp voordat de ramp toeslaat. Met relatief eenvoudige maatregelen zoals evacuatieplannen en betere waarschuwingssystemen worden mensen weerbaarder en kunnen we talloze levens redden. Vaak is dit ook nog eens veel goedkoper dan noodhulp achteraf, waardoor met hetzelfde geld meer mensen geholpen kunnen worden.

Soms vraagt een betere voorbereiding om nieuwe manieren van hulpverlening. Forecast-based-financing is hier een goed voorbeeld van. Daarbij krijgen mensen, kort voor een ramp toeslaat, geld of spullen die ze nodig hebben om zich voor te bereiden. Bij een dreigende overstroming kan een familie bijvoorbeeld vervoer regelen om zichzelf en hun belangrijkste bezittingen in veiligheid te brengen.

Maar het liefst gaat voorbereiding nog een stapje verder dan waarschuwingssystemen en hulpgoederen vooraf. Met investeringen in herbebossing, stevigere huizen, noodhulpteams gevormd door de lokale bevolking en nieuwe bronnen van voedsel en inkomen. Zo wordt een gemeenschap structureel op alle fronten weerbaarder gemaakt en heeft natuurgeweld veel minder impact. In het Haïtiaanse dorp Grand Fond kunnen ze daarover meepraten.

Ten slotte spelen data en digitale technologie een steeds grotere rol in onze hulpverlening, ook in de voorbereiding op rampen. Zo kunnen we met satellietbeelden en open data steeds beter inschatten welke gebieden het meest kwetsbaar zijn voor natuurgeweld. Deze informatie is onmisbaar om kwetsbare gemeenschappen voor te bereiden en zo de impact van toekomstige rampen te verkleinen. Vanuit Nederland wordt hieraan gewerkt door Rode Kruis-datateam 510.

Door een preventief project van het Rode Kruis in Haïti richtte orkaan Matthew in 2016 nauwelijks schade aan in het dorp Grand Fond.

Hulp wereldwijd

Klimaatverandering en humanitaire hulp

De wereld warmt op. En een warmere wereld is een wereld met meer extreem weer. Orkanen worden heftiger, hittegolven komen vaker voor en in veel regio’s valt er meer of juist minder regen. Niet pas in 2050 of 2100, maar nu al.

Dat heeft meer gevolgen dan je denkt. Voor de mensen die de rampen moeten ondergaan, maar ook voor hun vee en gewassen. Vooral voor arme mensen en inwoners van conflictgebieden is dat laatste een nekslag.

Met een betere voorbereiding op natuurgeweld en aanpassingen aan het veranderende klimaat, kunnen we het aantal getroffen mensen drastisch terugbrengen. Maar dan moeten we wel nú beginnen en onze aandacht richten op de meest kwetsbare groepen.

108 mln.

mensen hebben jaarlijks hulp nodig door klimaatgerelateerde rampen

Meer slachtoffers door klimaatrampen: Het is tijd voor een andere aanpak in de hulpverlening

Over 10 jaar worden 1,5 keer zoveel mensen slachtoffer van klimaatgerelateerde rampen als nu. Om hen allemaal te helpen zouden we zo’n 20 miljard dollar per jaar nodig hebben. Dat zijn de conservatieve schattingen uit het nieuwe Rode Kruis-rapport The Cost of Doing Nothing. Maarten van Aalst, directeur van het Rode Kruis-Klimaatcentrum, schreef eraan mee.

20 mld.

dollar hebben we in 2030 jaarlijks nodig om slachtoffers van klimaatgerelateerde rampen te helpen, als we nu niets doen

Zo raakt klimaatverandering de meest kwetsbaren

We leven in een wereld waar de impact van klimaatverandering steeds vaker en intenser merkbaar zal zijn. Dat zien we nu al in Nederland. Zo neemt het aantal zomerse dagen (met maximumtemperaturen van boven de 25˚C) per jaar toe, met alle gevolgen van dien. Bij de intense hittegolf van juli 2019 overleden bijna 400 mensen meer dan in een gemiddelde zomerweek.

Maar een warmere wereld betekent niet alleen meer warme dagen. Afhankelijk van welk gebied valt er bijvoorbeeld meer of juist minder neerslag, zijn er langere of juist kortere periodes van droogte, en zwaardere stormen. Dit natuurgeweld sleept in haar kielzog weer allerlei rampen zoals overstromingen, aardverschuivingen en epidemieën mee.

Al met al leidt klimaatverandering dus tot veranderende weerspatronen en extremer weer. En dat raakt vooral de meest kwetsbaren. Neem extreem weer. Een zware storm in Nederland zorgt voor minder slachtoffers dan een zware storm in Mozambique, simpelweg omdat Nederlanders over het algemeen weerbaarder en welvarender zijn. Ze hebben meer middelen om zich voor te bereiden op al dat natuurgeweld.

Hetzelfde geldt voor veranderende weerspatronen. Een langere periode van te veel of juist te weinig neerslag leidt in landen als Somalië en Zuid-Soedan al snel tot afnemende landbouwopbrengsten, minder inkomen en voedselonzekerheid. Ondertussen zagen we in Nederland in de zomer van 2018 dat zelfs een lange periode van droogte niet hoeft te leiden tot honger, onder andere omdat er voor zulke situaties uitgebreide plannen en voldoende voedsel- en watervoorraden zijn.

Wat is de invloed van klimaatverandering op orkanen, cyclonen en tyfoons?

Orkanen, cyclonen en tyfoons zijn verschillende namen voor hetzelfde weersverschijnsel. Het zijn allemaal tropische stormen wet windsnelheden van minstens 119 kilometer per uur. Hun naam is afhankelijk van de plek waar ze zich bevinden. In de Atlantische Oceaan en de oostelijke Grote Oceaan hebben we het over orkanen, in het noordwesten van de Grote Oceaan tyfoons en in de Indische Oceaan cyclonen.

Op basis van de huidige wetenschappelijke kennis verwachten we niet méér tropische stormen, maar ze worden wel zwaarder. Door warmer zeewater en een vochtigere lucht valt er meer regen en is de kans op hardere wind groter. Dit vergroot het risico op zware schade en slachtoffers.

Ook zijn er de stormvloeden waar tropische stormen vaak mee gepaard gaan. De wind van de storm stuwt het zeewater op, en doordat de zee bij de kust ondieper wordt, kan de vloed metershoog aan land komen. Hierdoor krijgen kustgebieden te maken met zware overstromingen, zoals te zien in de tweet hieronder (orkaan Harvey in Houston, 2017). Het feit dat de zeespiegel stijgt (zo’n 20 centimeter in de afgelopen eeuw) zorgt dat het water verder het land in komt.

Ten slotte is er mogelijk een verband tussen klimaatverandering en het langer blijven hangen van tropische stormen op één plek. Dat zagen we bijvoorbeeld met orkaan Dorian bij de Bahama’s (2019), cycloon Idai in Mozambique (2019) en orkaan Harvey in Houston (2017). Er is echter nog veel wetenschappelijke discussie over deze link.

Wat betekent de zeespiegelstijging voor inwoners van laaggelegen eilanden en kustgebieden?

In de afgelopen 100 jaar steeg de zeespiegel wereldwijd met zo’n 20 centimeter. Dat lijkt misschien niet veel, maar heeft serieuze gevolgen. Zo wordt de impact van stormen groter en moeten mensen noodgedwongen verhuizen. Een goed voorbeeld is Kiribati: maar liefst 81% van de inwoners van deze laaggelegen eilandstaat geeft aan in de afgelopen 10 jaar getroffen te zijn door zeespiegelstijging.

De stijgende zeespiegel zorgt ervoor dat zout water op veel plekken steeds verder landinwaarts komt. Drinkwater wordt onbruikbaar en veel traditionele gewassen kunnen niet meer worden verbouwd. Soms kunnen mensen niet langer in hun eigen dorp of stad blijven wonen. Vaak trekken ze dan naar grote steden waar al een hoge werkloosheid heerst en niet altijd genoeg drinkwater is.

Daarnaast zorgt de zeespiegelstijging er geleidelijk voor dat de impact van stormen toeneemt. Door de wind opgestuwd zeewater stroomt namelijk verder landinwaarts, waardoor nog meer mensen te maken krijgen met verwoestende en dodelijke overstromingen.

Wat is de invloed van klimaatverandering op natuurbranden?

Klimaatverandering vergroot het risico op natuurbranden en maakt ze intenser. Nu zijn natuurbranden altijd het gevolg van een combinatie van factoren, zoals temperatuur, wind, bosbeheer en het type planten dat in een gebied staat. Daardoor is het moeilijk om individuele natuurbranden te koppelen aan klimaatverandering. Wel weten we zeker dat in een warmere wereld de omstandigheden op veel plekken geschikter zijn voor (grote) natuurbranden.

Hoe dit werkt, verschilt per gebied. Maar over het algemeen geldt dat een hogere temperatuur zorgt voor drogere natuur. Planten verliezen namelijk meer water als het warm is. Ook begint de lente op sommige plekken vroeger, waardoor sneeuw eerder smelt en het natuurbrandseizoen langer wordt.

Uiteraard speelt ook regen een rol. In tijden van minder regen is de natuur kwetsbaarder voor natuurbranden, zeker als de temperaturen ook nog eens hoog zijn. Bovendien valt regen vaker in extreme buien afgewisseld door langere periodes van droogte, waarin natuurbranden kunnen ontstaan.

En dan zijn er nog de insecten, zoals bastkevers. Deze gedijen goed in een warmer klimaat en tasten op grote schaal bossen aan. De dode bomen die achterblijven, vormen een belangrijke brandstof voor natuurbranden. Ten slotte zorgen lokale veranderingen in windsnelheid en -richting ervoor dat het vuur zich sneller kan verspreiden.

Natuurbranden hebben grote gevolgen. Dorpen worden in een mum van tijd verzwolgen door het vuur. De rook die vrijkomt, kan op grote afstand van de brand nog gezondheidsrisico’s opleveren. En in heuvelachtige gebieden kan er, vooral in natte winters na het brandseizoen, een groter risico zijn op aardverschuivingen en modderstromen.

Wat voor impact heeft klimaatverandering op mensen in conflictgebieden?

Over de exacte relatie tussen klimaat en conflict is nog veel discussie. Bijvoorbeeld over de vraag in hoeverre klimaatverandering conflicten veroorzaakt of verergert. Maar wat in elk geval vaststaat, is dat de combinatie van klimaatverandering en conflict een dubbele klap is voor de mensen die ermee te maken krijgen.

Inwoners van conflictgebieden zijn al kwetsbaar en daar komt klimaatverandering nog eens bovenop. Een oogst die mislukt door langdurige droogte is voor hen extra schadelijk, omdat ze vaak al weinig eten hebben, er weinig voedsel op de markt is en een bezoek aan de stad dodelijk kan zijn.

Een voorbeeld: in april 2019 troffen ongewoon zware regens de Al Hassakeh-regio in Syrië. In dat gebied waren net veel vluchtelingen aangekomen die totaal geen middelen hadden om met deze extra ramp om te gaan. Ook de mensen die al in het gebied woonden, kregen het zwaar te verduren. In totaal werden zo’n 118.000 mensen getroffen. Hun huizen raakten beschadigd, hun vee verdronk en hun voedsel ging verloren.

Conflicten beschadigen ook de structuren en systemen die nodig zijn om gebieden aan te passen aan klimaatverandering. De infrastructuur van landen raakt beschadigd en hun ontwikkeling vertraagt, waardoor de inwoners kwetsbaar blijven.

Daar komt nog eens bij dat hulpverlening in conflictgebieden heel ingewikkeld is en veel meer geld kost dan in gebieden zonder conflictsituatie. Met dezelfde hoeveelheid geld kunnen dus minder mensen geholpen worden.

400

mensen meer dan in een gemiddelde zomerweek overleden in Nederland tijdens een hittegolf in juli 2019

Omgaan met de gevolgen van klimaatverandering

Noodhulp zal altijd nodig blijven. Maar met een groeiende wereldbevolking en meer extreem weer kunnen we niet alleen maar blijven afwachten tot de volgende ramp toeslaat. Nu al komt voor veel mensen hulp te laat, of zelfs helemaal niet.

Dat kan en moet anders, met hulp voordat de ramp toeslaat. Met relatief eenvoudige maatregelen zoals evacuatieplannen en betere waarschuwingssystemen worden mensen weerbaarder en kunnen we talloze levens redden. Vaak is dit ook nog eens veel goedkoper dan noodhulp achteraf, waardoor met hetzelfde geld meer mensen geholpen kunnen worden.

Soms vraagt een betere voorbereiding om nieuwe manieren van hulpverlening. Forecast-based-financing is hier een goed voorbeeld van. Daarbij krijgen mensen, kort voor een ramp toeslaat, geld of spullen die ze nodig hebben om zich voor te bereiden. Bij een dreigende overstroming kan een familie bijvoorbeeld vervoer regelen om zichzelf en hun belangrijkste bezittingen in veiligheid te brengen.

Maar het liefst gaat voorbereiding nog een stapje verder dan waarschuwingssystemen en hulpgoederen vooraf. Met investeringen in herbebossing, stevigere huizen, noodhulpteams gevormd door de lokale bevolking en nieuwe bronnen van voedsel en inkomen. Zo wordt een gemeenschap structureel op alle fronten weerbaarder gemaakt en heeft natuurgeweld veel minder impact. In het Haïtiaanse dorp Grand Fond kunnen ze daarover meepraten.

Ten slotte spelen data en digitale technologie een steeds grotere rol in onze hulpverlening, ook in de voorbereiding op rampen. Zo kunnen we met satellietbeelden en open data steeds beter inschatten welke gebieden het meest kwetsbaar zijn voor natuurgeweld. Deze informatie is onmisbaar om kwetsbare gemeenschappen voor te bereiden en zo de impact van toekomstige rampen te verkleinen. Vanuit Nederland wordt hieraan gewerkt door Rode Kruis-datateam 510.

Door een preventief project van het Rode Kruis in Haïti richtte orkaan Matthew in 2016 nauwelijks schade aan in het dorp Grand Fond.

Meer lezen over natuurrampen

Samen maken we een verschil

Blijf op de hoogte

X
- Enter Your Location -
- or -
×